Bibliography

oktober 26, 2017

Expo “malleability”

Shoobil Gallery, Antwerpen

 In haar werk maakt Chris Meulemans gebruik van een figuratieve beeldtaal, hoewel de structuur soms ook uitgesproken abstract is. Het zijn veelal elementen uit de persoonlijke omgeving die Chris vragen doen stellen bij haar dagelijkse realiteit en de bredere sociale vraagstukken. Het zijn getekende herinneringen, als woordeloze commentaren op de werkelijkheid. Deze reeks tekeningen zijn op zeer spontane wijze ontstaan en hebben een organisch karakter. Ze zijn beweeglijk en suggereren een derde dimensie.
De titel “malleability” betekent letterlijk de eigenschap van iets dat kan worden bewerkt, gehamerd of gebogen zonder te breken. Het is ook een menselijke constante om te kunnen veranderen onder druk. Flexibiliteit is het vermogen zich aan te passen aan situaties of noodzakelijkheden en om in extremis het hele ineengezakte bouwsel op te vangen.
In haar recente werk verwijst Chris naar het werkwoord huizen, het zoeken naar architecturale bescherming of een schuilplaats. De dualiteit tussen een huis en een thuis. Vluchtelingen die zich proberen te beredderen in aftandse caravans en gebricoleerde barakken en andere eenvoudige, ietwat onhandige bouwsels.
De kwetsbaarheid van geknutselde koterieën in de Vlaamse achtertuinen of het zelfgebouwde kamp. Een samenstelsel dat beide architectuur en object is. Niet ontstaan vanuit een plan maar vanuit een behoefte en met materiaal dat voor handen is. Vanuit deze opsomming voel je eenzelfde traject in het ontstaan van Chris Meulemans haar tekeningen. Lijnen zijn soms weggegomd of overplakt maar het tracé blijft zichtbaar in deze persoonlijke interpretaties die nauwelijks correcties toelaten.

© Serana Baplu 2018




 

     

 


 

Chris Meulemans

Aan de hand van haar schilderijen, tekeningen en sculpturen geeft Chris Meulemans een persoonlijke inkijk op het fragiele en het vergankelijke in de grote en de kleine verhalen. Het zijn telkens woordeloze commentaren op de werkelijkheid die passen in een groter geheel. Ze werkt zowel op doek als op allerhande soorten dragers. Haar onderwerpen vindt ze op rommelmarkten of in haar eigen omgeving. Dingen die beschadigd zijn, zoals poppen of boeken; voorwerpen die niemand meer wil. Wat haar daarin interesseert is hun deformatie als een soort poëzie van een verborgen verleden. Maar ook zaken met een hoge symboolwaarde ontdoet ze van hun context en geeft ze nieuwe betekenislagen. Chris werkt in reeksen die ontstaan vanuit maatschappelijke vraagstukken die haar bezighouden. Onder het ogenschijnlijk lieflijke oppervlak schuilt een wereld waarin zekerheden beginnen te wankelen. Haar kleuren zijn zacht, de vormen fragiel. Op speelse wijze toont ze de dualiteit tussen schijn en werkelijkheid.

Precaire schoonheid

Chris Meulemans studeerde fotografie en schilderkunst. In haar huidige werk gebruikt ze het fotografische beeld eerder als een vorm van schetsen. De druk op de knop is haar te momentaan, te voorbijgaand. Ze prefereert de intensiteit van een langzaam proces. Een idee voor een reeks of een kunstwerk is voor haar steeds een open idee: het eindresultaat ligt nooit vast, waardoor het zoeken naar de geschikte materialen en technieken verschillende mogelijkheden genereert. Een soort ‘bricoleren’, waarbij ze plaats laat voor het onverwachte. Een werk ‘rijpt’ in haar atelier: ze voegt toe en neemt weg, toont en verbergt. Laag na laag brengt ze betekenissen aan. Die gelaagdheid laat Chris ook zichtbaar, soms expliciet door de transparante materialen, soms verborgen onder de bovenste huid van het oppervlak. De kleine werken nodigen dan ook uit om van naderbij te bekijken en met het aandachtige oog te zien wat ze ons toefluisteren.

Chris schildert met acryl of olie naargelang het onderwerp. Als drager gebruikt ze zowel doek als allerhande gevonden papier, zoals de pagina’s uit een boek met afgedrukte manuscripten van Hölderlin. Niet de tekst is daarbij van belang, maar de structuur van de woorden en het materiaal. Ook in haar ruimtelijk werk gebruikt ze doorzichtige stoffen, van plastiek en glas over gaas tot epoxy. De soms beladen thema’s bedekt ze met een zacht kleurenpallet. Maar de sereniteit is misleidend: “achter uiterlijke schijn gaat vaak veel ellende gepaard.” Een terugkerende figuur daarbij is de pop als een soort ‘gestalt’. Als basis put ze uit een verzameling hoofden, rompen en ledematen van allerlei soorten poppen. Het schijnbare ideaalbeeld van de pop toont Chris als het onzuivere, het gedeformeerde. Ze geeft een vorm aan het precaire van de schoonheid.

Het beeld bij Chris is ongepolijst, onaf, een voortdurend worden. Het onderweg zijn is dan ook van belang. Binnen een vooropgezet kader streeft ze naar een onbevangen handelen, zoals een kind dat nog kan. Niet langs de rechte lijn naar het resultaat, maar langs de kronkelende weg vol verassingen en toeval waar iets kan afwijken van het oorspronkelijke idee. Soms wordt een toevallige vlek een belangrijk element. Of krijgt een idee zowel ruimtelijk als tweedimensionaal vorm. Het afwisselen van verschillende technieken voelt Chris aan als een noodzakelijke evolutie in haar oeuvre. Toen ze enkel schilderde bleef ze te lang hangen bij hetzelfde. “Door nu meer te experimenteren kom ik tot een grotere diepgang.”

En steeds is er dat ongrijpbare, alsof het beeld lijkt te verdwijnen. Alsof de figuren slecht even aan het oppervlak verschijnen. Chris probeert in haar werk aan te raken wat verborgen ligt. Een dode vogel, een kapotte pop, een glazen stolp…prevelend in de diepten van een verstilde tijd, worden het getuigen van een ingehouden schreeuw, ver weg en toch zo dichtbij.

© Eva Steynen, Antwerpen, mei 2012